Lindgren vindt zichzelf meer een Nederlandse voetballer dan een Zweedse voetballer. Daarmee bedoelde de 24-jarige middenvelder dat hij in zijn manier van denken en doen grotendeels gevormd is door zijn tijd in Nederland, waar hij al vanaf zijn achttiende bij Ajax speelt, onderbroken door een periode van 2,5 seizoen bij FC Groningen. Wie niet meteen begrijpt wat de Zweed bedoelt, hoeft alleen maar naar zijn subtiele treffer tegen FC Twente te kijken. In zijn eigen land is het al zeldzaam dat een defensief ingestelde middenvelder als hij zo in scoringspositie komt, laat staan dat hij een dergelijk doelpunt maakt, op die elegante, technisch volmaakte wijze zoals Lindgren dat in de Grolsch Veste deed. Het stiftje waarmee hij doelman Sander Boschker tot betekenisloze figurant degradeerde, droeg onmiskenbaar het stempel van zijn gerenommeerde leerschool.
Lindgren voelt zich op zijn plaats in Amsterdam. Maar thuis blijft toch ook Zweden, het land waar hij opgroeide en waar hij zijn familie achterliet om zijn dromen als voetballer na te jagen. Lindgren belt geregeld met het thuisfront, zoals hij ook op andere manieren voeling houdt met zijn afkomst. 'Met mijn Zweedse vriendin kom ik vrij vaak bij IKEA', bekent hij met een aarzelende glimlach. 'Niet om meubels te kopen, maar voor de etenswaren die ze er hebben. We halen er typisch Zweedse koekjes en snoepjes, maar ook de bekende gehaktballetjes en haring.'
En ook in cultureel opzicht geniet hij van wat zijn geboorteland te bieden heeft. Lindgren staat te boek als een groot liefhebber van popmuziek en is eigenaar van een flinke cd-collectie, voor een groot deel van Zweedse makelij. 'Ik heb geen bewuste voorkeur voor bepaalde bands omdat ze uit Zweden komen, maar het is gewoon zo dat daar al jaren heel veel goede muziek wordt gemaakt', zegt hij. 'Het is muziek die je in Nederland nauwelijks hoort, hier noemen ze het waarschijnlijk alternatief. Maar in Zweden is alternatieve muziek veel breder geaccepteerd. De meeste van die artiesten waar ik naar luister, staan daar gewoon in de top 40.'
Als voetballer vertoont hij zelf zijn kunsten voor een groot publiek, maar in zijn vrije tijd mag Lindgren zich graag in de rol van toeschouwer verplaatsen. Niet bij grootschalige concerten op de vertrouwde grond van de ArenA, maar voornamelijk bij intiemere shows in de bekendste poppodia van de stad, Paradiso en de Melkweg. 'Ook daarom is het heel mooi om in Amsterdam te wonen. Lang niet alle artiesten doen Zweden aan als ze op tournee gaan, maar in Amsterdam komen ze eigenlijk altijd wel. Laatst heb ik bijvoorbeeld Razorlight gezien in de Melkweg, echt een geweldig concert. En ik was een keer in de kleine zaal van Paradiso, bij een optreden van Jens Lekman. Dat is een Zweedse singer-songwriter. Hij was net twintig minuten bezig, toen hij al weer van het podium werd afgestuurd omdat er nog een concert achteraan kwam. Toen heeft hij iedereen mee naar buiten genomen en daar het optreden afgemaakt.' Behalve de muziek trekt ook de speciale sfeer Lindgren naar de concertzalen. 'Je komt er altijd veel leuke mensen tegen, types die heel stijlvol gekleed gaan. Een heel ander soort publiek dan je in de kroeg of op straat tegenkomt. Zo doe ik ook inspiratie op voor mijn eigen garderobe.'
Het is bijna een jaar geleden dat Ajax hem terughaalde uit het hoge noorden en voorlopig voelt Lindgren geen aandrang om een volgende stap te maken. Sinds zijn rentree in Amsterdam is hij een belangrijke speler geworden. Momenteel herstelt hij van een enkelblessure, maar daarvoor kon hij rekenen op een basisplaats en droeg hij (bij afwezigheid van Huntelaar en Stekelenburg) zelfs de aanvoerdersband.
Toen hij begin november in Enschede de wedstrijd tegen FC Twente besliste en bij de reclameborden zijn vreugde deelde met het Amsterdamse supportersvak, gingen de gedachten van Lindgren onwillekeurig wel even terug naar vroeger. Als jongetje in het Zweedse provinciestadje Landskrona - even ten noorden van Malmo - was hij al fan geweest van Ajax. Van zijn jeugdtrainer kreeg hij indertijd een shirt cadeau, met achterop zijn naam gedrukt. Lachend: 'Alleen het rugnummer is niet uitgekomen. Ik kreeg toen nummer acht, nu heb ik nummer zes.'
Lindgren ziet het als een droom om voor Ajax te voetballen. 'Ik heb geen rijtje met clubs in gedachten waar ik per se nog een keer voor wil spelen. Als ik later terugkijk op mijn carrière, wil ik dat vooral doen in de wetenschap dat ik er alles aan gedaan heb. En als dan blijkt dat ik Barcelona niet gehaald heb, zal ik daar dus niet van balen. Als voetballer kom je toch wel terecht op het niveau waar je hoort.'
Dit interview verscheen eerder in Ajax Kick Off.
Bron: Ajax.nl