Veel kansen leverde dit Einhovense voordeel echter niet op, waar het met name in de eindpass ontbrak. Onder meer acties van Jefferson Farfán en Jan Kromkamp werden in de kiem gesmoord. Aan de kant van de Ajax kreeg John Heitinga nog een vrije kopkans uit een corner, maar de verdediger schrok van de geboden ruimte en knikte naast.
In de veertigste minuut deed de landskampioen opnieuw een beroep op Dzsudzsák om een doelpunt te forceren. Farfán speelde de Hongaar aan de rand van de zestien aan, die daarna het leer van zijn linkervoet liet vertrekken en de uitstrekkende Maarten Stekelenburg geen kans liet (0-1).
Na de pauze boette de competitietopper weinig aan spanning in. Ajax ging naarstig opzoek naar de gelijkmaker en kreeg daartoe een aantal goede mogelijkheden. Zo kreeg Klaas Jan Huntelaar een grote kans om de bal langs Gomes te glijden, maar was het vooral Suárez die (opnieuw) verzuimde op zijn ploeg langszij te brengen. De Urugayaan miste oog in oog met de PSV-goalie de koelbloedigheid op een treffer.
Waar een frisser Ajax zijn druk niet in treffers wist om te zetten, sloeg een slordiger PSV opnieuw hard toe. Een ingooi belandde via Farfán bij invaller Danny Koevermans, die het leer vervolgens op de inkomende Bakkal aflegde. De middenvelder schoot de 2-0 daarna hoog tegen de touwen (73’).
Het betekende de doodsteek voor het moegestreden Ajax. Edgar Davids botvierde in de slotfase zijn frustratie op de benen van Farfán en vervolgens Edison Mendéz. Voor arbiter Jan Wegereef stond er na de tweede overtreding maar één passende maatregel, die een rode kleur had.