De Rotterdamse havenarbeider C. was 46 jaar toen hij op 19 september 1977 in Barcelona op de derde verdieping van nummer 64 van de Calle de los Caballeros de flat van Johan Cruijff binnenstormde met een geweer van kaliber 22 met een afgezaagde dubbele loop. Hij had één kogel geladen en nog tien patronen in zijn zak.
Met zijn Volkswagen, met het Nederlandse kenteken 52 77 CO, was hij helemaal naar Spanje gereden. Op de heenweg, in Frankrijk, had C. het geweer gekocht, waarvan hij de lopen en een stuk van de kolf afzaagde.
Eerst was hij bij zijn Spaanse familie langsgeweest, in het noordwestelijke Galicië, daarna had hij de 1200 kilometer naar Barcelona overbrugd. Daar sliep hij vijftien dagen in zijn auto en, tijdens de aangename nazomer, in de open lucht.
Hij had twee slaapzakken en talloze Nederlandse kruiswoordpuzzelboekjes waarmee hij de tijd doodde tot de dag kwam dat hij besloot de beste en duurste voetballer van de wereld te overvallen.
C. is nu 77 jaar en woont nog altijd in Rotterdam. Hij heeft geen contact meer met zijn familie, die ook in de havenstad woont, en zijn opvallende Spaans-Nederlandse achternaam staat nergens in het telefoonboek.
Niemand lijkt precies te weten waar hij verblijft. Slechts in een dorpje in de provincie Pontevedra, in een discreet flatgebouw met prachtig uitzicht op een inham van de Atlantische Oceaan, zien ze hem elke zomer even terugkeren. 'El hombre de Holanda', noemen ze hem daar. De man uit Nederland ,C., heeft zijn straf, bijna twee jaar voorarrest en een klein deel van de zeven jaar waartoe hij in 1979 werd veroordeeld, uitgezeten. Hij had ook geen strafblad toen hij zijn domme, slecht voorbereide wanhoopsdaad beging, maar om hem tegen de deze week ontstane mediahype rond 'de ontvoering van Cruijff' te beschermen, zal zijn volledige naam in dit verhaal niet verschijnen.
Meer dan de meeste Catalanen en Nederlanders moeten C. afgelopen woensdag zijn opgeschrikt bij het lezen en horen van het verhaal van Johan Cruijff over diens afwezigheid op het WK voetbal van 1978.
Het nieuws van die overval was al veel langer bekend en gepubliceerd, niet het feit dat het voor de toenmalige voetballer van FC Barcelona een voorname reden was om niet mee te gaan naar Argentinië.
In de editie van 21 september 1977 van ''El Noticiero Universal'', een Spaans dagblad dat niet meer bestaat, staat uiterst gedetailleerd beschreven hoe de overval de dag ervoor op de flat van het jonge gezin Cruijff had plaatsgevonden, dankzij de getuigenissen van buren en de informanten die de goed ingevoerde misdaadverslaggever Enrique Rubio bij de politie had.
Eigenlijk was het idee van de overval - en niet een gijzeling of ontvoering - bij C. bij toeval ontstaan. In zijn auto vond de politie later een exemplaar van het voetbalweekblad ''Don Balon''. Daarin stond een artikel over Cruijff, die in wat zijn laatste jaar bij Barcelona zou zijn, werd achtervolgd door de belastingdienst. De fiscus wilde acht miljoen peseta's van hem hebben, toen zo'n 250.000 gulden.
Daar is veel geld te halen, dacht C., zoon van een Rotterdamse Nel, in Barcelona geboren maar al lang in Rotterdam woonachtig, waar hij met een Nederlandse vrouw was getrouwd en inmiddels van was gescheiden. Waarom hij voor die zwerftocht door Spanje in 1977 zijn werkplek als stuwadoor in de haven plots had verlaten, of dat hij misschien werkloos was, is niet bekend.
Johan Cruijff laf op maandagavond lui tv te kijken op de bank toen er werd aangebeld. Echtgenote Danny deed open en C., die het wapen onder zijn jasje verborgen hield, bracht een briefje, afkomstig van het Princesa Sofia-hotel, waar het echtpaar Rinus en Wil Michels woonde. Hij moest dat persoonlijk aan Johan zelf overhandigen, zei hij, maar Danny liet hem niet door.
Daarop trok de overvaller zijn vuurwapen, dreef Danny terug naar binnen en dwong hij het opgeschrikte echtpaar op de grond te gaan liggen.
Danny kreeg een kussen aangereikt, waarna C., die zijn wapen op een tafeltje legde, begon Johan aan de enkels vast te binden. 'Kan het niet wat losser? Ik ben net geopereerd', zei Cruijff. Waarschijnlijk een smoes, maar C. geloofde hem en maakte het touw, dat hij met een tafel verbond, iets losser. Daarna plakte hij Cruijffs ogen en mond met tape af en boeide diens handen achter zijn rug. Één van de dochters keek vanuit de slaapkamer naar haar geknevelde vader.
Maar terwijl C. nog met Johan bezig was, verzamelde Danny al haar moed, sprong op en rende naar de voordeur, gillend het trappenhuis in. C. pakte zijn wapen op en achtervolgde haar, kreeg haar te pakken en probeerde Danny aan het haar weer mee naar binnen te trekken. Maar de eerste buren, bijna allemaal thuis omdat het etenstijd was, kwamen al gealarmeerd naar buiten.
C. zag zich omringd, liet Danny los en stormde de trappen af, waarbij hij het geweer liet vallen. In de kelder kwam hij voor de gesloten deur van de garage te staan.
Terug naar boven vond hij de portier op zijn weg. 'Wat doet u hier?', vroeg die. 'Ik kwam hierlangs en hoorde gillen', verzon de Rotterdammer. Inmiddels waren enkele buren gearriveerd en werd C., die licht gewond raakte, met enig geweld uitgeschakeld.
Johan Cruijff had zich inmiddels van de touwen kunnen bevrijden, ging op het gegil af en pakte onderweg het wapen van de grond. Volgens de getuigen in het krantenverslag richtte hij het geweer op C. 'Zo, en nu?', zei hij. 'Hoe voelt het op zelf bedreigd te worden, om een wapen op je gericht te zien?'
Groot was Cruijffs verbazing toen de overvaller hem toen in vloeiend Nederlands aansprak. C. vroeg hem om vergiffenis.
Kort daarop arriveerde de politie bij het flatgebouw, in de sjieke Pedralbes-wijk op een kilometer van het stadion van FC Barcelona. Bij elkaar had de nachtmerrie niet meer dan tien minuten geduurd.
'Danny Cruijff, een moedige vrouw', kopte ''El Noticero Universal'' het relaas. Éénendertig jaar later blijken Johan en Danny het nog altijd niet vergeten. Rotterdammer C. waarschijnlijk ook niet.
Het seizoen 1977-'78 zou het laatste seizoen zijn voor Johan Cruijff bij FC Barcelona. Daarna verhuisde hij naar New York Cosmos, ver van de onrust in Europa vandaan. Eerder al, in 1973, was de vijandige sfeer in Nederland één van de redenen geweest om Ajax te verlaten en voor FC Barcelona te kiezen. Vooral echtgenote Danny had het in Nederland wel gezien.
Na de overval in september 1977 kreeg het gezin Cruijff maandenlang continue bewaking van de Policia Nacional, het landelijke Spaanse politiekorps. De eerste maanden bleef er zelfs altijd een agent slapen in de flat in de Pedralbes-wijk, totdat Cruijff de meeste angst voor een ontvoering was kwijtgeraakt en de lijfwachten zat was.
Toen het gezin Cruijff in 1988 weer definitief naar Barcelona terugkeerde, betrok het een rijtjeswoning op nog geen 200 meter van de vroegere flat.
De overval in 1977 was niet de eerste keer dat Johan Cruijff te maken kreeg met het risico van een ontvoering. In 1974, in de aanloop naar het WK, vroeg de KNVB en Duitse autoriteiten om extra bescherming voor de beste voetballer van de wereld.
De website ''Sportgeschiedenis.nl'' lichtte deze week een brief uit het Nationaal Archief van KNVB'er Henk Burgwal aan voorzitter Hermann Neuberger van de Duitse voetbalbond: 'Zoals je weet zijn wij niet zulde goede vriendenmet de Arabieren', schreef Burgwal, met in het achterhoofd de gijzeling en dood van Israëliërs tijdens de Olympische Spelen van Munchen in 1972. 'Om een voorbeeld te geven: een ontvoering van één van de kinderen van Cruijff zou mogelijk zijn.' Oranje werd daarom tijdens het WK extra bewaakt.
Al eerder bij Ajax werd wel eens gevreesd voor een ontvoering van de sterspeler. Doelman Heinz Stuy werd, omdat hij een redelijk fors postuur had, tijdelijk benoemd tot lijfwacht van Cruijff.
Bron: ''Algemeen Dagblad''